Vraag je je af waarom sommige kledingstijlen bij anderen goed staan, maar niet bij jou?
Een reden is dat je lichaamsverhoudingen anders kunnen zijn dan andere die er goed uitzien in die stijlen. Eén van de lichaamsverhoudingen die van invloed is op welke stijlen je goed staan, is je taille. Als je een hoge of lage taille hebt, zullen sommige stijlen je beter staan dan andere.

Hoe weet je of je een hoge of lage taille hebt?

De taille is het smalste gedeelte van je bovenlijf. Dit punt zit tussen de bovenkant van je heup en de onderkant van je ribbenkast. Je kunt ook naar één kant buigen om je natuurlijke taillevouw te ontdekken. Dan doe je het volgende:

o Plaats een riempje of touwtje om je taille.
o Meet dan de afstand tussen je oksel en je taille.
o Meet de afstand tussen je taille en de onderkant van je billen.
o Vergelijk de metingen.

Als de eerste maat korter is, heb je een hoge taille.
Als de eerste maat langer is, heb je een lage taille.
Als de afmetingen ongeveer hetzelfde zijn, ben je gelijkmatig geproportioneerd.

Kledingtips voor een lage taille.
Heb je een lage taille draag dan een broek met een hoge taille, daardoor zal je bovenlichaam optisch korter lijken. Een ander voordeel is dat het je benen ook nog langer laat lijken.
Bij een ‘paperbag’ broek verhoog je ook optisch je taille doordat de stof boven de plooitjes nog doorloopt (foto midden).
Een rok met daarop een brede ceintuur gedragen zal ook optisch korter maken.
Kies de rok, ceintuur en top wel in verschillende kleuren.